Alle artikelen

Groeiend belang van nieuwe eiwitbronnen

Consumenten kopen producten met insecteneiwit uit nieuwsgierigheid
an het lab naar het schap

De eiwittransitie is duidelijk de laboratoriumfase ontgroeid. Waar eerst wetenschappers en daarna producenten het voortouw namen, werken nu alle schakels in de keten samen aan het vervangen van dierlijke eiwitten door duurzamere, relatief nieuwe eiwitbronnen die inmiddels te koop zijn in de supermarkt.

Er verschijnen steeds meer producten met nieuwe eiwitbronnen zoals algen, waterlinzen, insecten en zeewier. Ook worden bestaande plantaardige eiwitbronnen zoals bonen en peulvruchten op een nieuwe manier in voedingsmiddelen verwerkt, zoals in kant-en-klaar maaltijden, burgers en borrelhapjes. In supermarkten en reformwinkels liggen al algenburgers, meelwormen om mee te koken, zeewiersalades en zelfs zeewierpasta. Ook informeren tal van kookboeken de consument over koken met producten vanuit nieuwe eiwitbronnen. Daarnaast verwerken verschillende restaurants en samenstellers van maaltijdboxen meer plantaardige eiwitten in hun maaltijden. Op foodfestivals, beurzen en symposia kunnen consumenten kennis maken met hapjes en ijsjes waarin ingrediënten vanuit nieuwe eiwitbronnen zijn verwerkt.

Green Protein Alliance
Ook heeft de alternatieve eiwitsector een vuist gemaakt door een sectorvereniging Het Planeet. Uit dit initiatief is de Green Protein Alliance (GPA) opgestart, een samenwerkingsverband van retailers, horeca, producenten, Voedingscentrum, Milieucentraal en Ministerie van Economische Zaken. De GPA-partners willen consumenten informeren en inspireren om hun dieet samen te stellen met gemiddeld 50 procent plantaardige eiwitten en 50 procent dierlijke eiwitten, zo veel mogelijk in lijn met de richtlijnen van de nieuwe Schijf van Vijf.

Dat is allemaal duurzaam en gezond, maar kiezen consumenten nu ook steeds vaker voor producten met nieuwe of ‘herontdekte’ eiwitbronnen nu deze steeds beter beschikbaar zijn? Jeroen Willemsen, mede-initiatiefnemer van GPA, geeft aan dat steeds meer consumenten zich bewust zijn van het belang van een gezondere balans tussen inname van (minder) dierlijke en (meer) plantaardige eiwitten. ‘De markt herkent dit en ziet kansen om juist nu hierop in te spelen. Op dit moment kijken de leden van GPA hoe zij een definitieve doorbraak van plantaardige eiwitten kunnen verzilveren en ook beleidsmatig kunnen verankeren.’

Pionierende consumenten
Jonas House, PhD-student van de Universiteit van Sheffield, toont in een recent onderzoek aan dat Nederlandse consumenten producten met insecteneiwit kopen uit nieuwsgierigheid en omdat ze bovengemiddeld veel belang hechten aan milieu, duurzaamheid en gezondheid. Deze consumenten proberen de nieuwe producten uit, waarbij ze de producten keuren op uiterlijk, smaak, en informatie over duurzaamheid en gezondheid.

De ervaring van deze kleine groep pionierende consumenten is belangrijk om andere en grotere groepen consumenten ook over te halen om dit soort nieuwe voedingsmiddelen te eten. Het vergroten van de markt en het stimuleren van herhalingsaankopen is volgens House afhankelijk van factoren als de mate waarin het product past in de huidige eetpatronen en -gewoonten, beschikbaarheid, prijs, en smaak.

Jumbo’s algenburger
Supermarktketen Jumbo wil haar klanten inspireren met bijzondere en vernieuwende producten, en verkoopt daarom ook algen- en insectenburgers. Zij richt zich met deze producten op de consument die duurzaam en gezond belangrijk vindt. De producten worden gekocht door een selecte groep klanten die al bovengemiddeld geïnteresseerd is in alternatieve eiwitbronnen. Dat kunnen vegetariërs zijn, maar ook klanten met ervaring in consumptie van insecten. Op dit moment ziet Jumbo nog niet veel herhalingsaankopen. Dit heeft mogelijk te maken met de prijs. Op basis van verkoopcijfers lijkt de drempel voor algen lager dan voor insecten. Dit kan komen doordat insecten nieuw zijn, maar ook doordat plantaardige eiwitten meer verkocht worden, of doordat de insectenburger eerder op de markt was en het daarmee makkelijker maakt voor de algenburger.

Eiwitpoeders
De Britse onderzoeker House benadrukt dat consumenten vooral producten kopen die passen in hun huidige eetgewoonten. Daarom is het belangrijk om nieuwe eiwitten in producten te verwerken die consumenten regelmatig gebruiken. Producenten doen dat op dit moment vooral met minimaal bewerkte eiwitbronnen, zoals gekookte peulvruchten of gedroogd zeewier. Bedrijven en wetenschappers werken daarnaast aan de ontwikkeling van eiwitpoeders uit nieuwe eiwitbronnen met nieuwe functionele eigenschappen zoals de emulsie- en schuimstabiliteit of met extra voedingswaarde. Hierdoor ontstaat er meer keuze op de ingrediëntenmarkt om nieuwe eigenschappen aan producten toe te voegen zoals smaak, kleur, en emulgerend vermogen. Door de verwerking van het eiwit in poedervorm, zijn de nieuwe eiwitbronnen minder herkenbaar. Dit zal consumenten die bijvoorbeeld minder enthousiast zijn over insecten, eerder over de streep trekken.

Extractie te kostbaar
Een voorwaarde hiervoor is wel dat de nieuwe functionele eigenschappen onderscheidend zijn ten opzichte van de eiwitten die vervangen worden. Willemsen geeft aan dat de kostprijs voor een extra bewerking zoals extractie in het algemeen te hoog is, en dat plantaardige eiwitten daarom beter in een minimaal bewerkte en meer zichtbare vorm aangeboden kunnen worden. Dit is herkenbaar en daarmee geloofwaardiger naar consumenten. Bovendien is het goedkoper. Hij is wel voor slimme combinaties die nutritioneel, smaaktechnisch, commercieel en vanuit beschikbaarheid en duurzaamheidsoogpunt kloppen en aansluiten bij de wensen van specifieke doelgroepen. Ook combinaties met dierlijke eiwitbronnen, bijvoorbeeld via hybride producten, zijn denkbaar.

Opschaling van productie
Verschillende producenten van nieuwe eiwitbronnen schalen nu hun productie op. Dit zal de prijs van deze eiwitproducten drukken. Dan wordt het interessant voor voedingsmiddelenbedrijven om grootschaliger de eiwittransitie in gang te zetten. Het feit dat nu allerlei schakels in de keten interesse hebben in plantaardige eiwitbronnen en insecten, zal de beschikbaarheid van voedingsmiddelen met nieuwe eiwitbronnen versnellen.

De Nederlandse, Belgische, Engelse en Zweedse markten lopen in Europa voorop wat betreft de eiwittransitie met introductie van meer plantaardige eiwitten en insecteneiwitten. Deze landen hebben een paar jaar geleden al nieuwe eiwitbronnen ontwikkeld, en zijn nu bezig met opschaling en introductie van nieuwe producten waarin deze nieuwe eiwitten zijn verwerkt. Volgens Willemsen is Zweden, naast Nederland, koploper waar het gaat om consumentengedrag ten aanzien van eiwitverduurzaming. Daar is het consumeren van een grotere hoeveelheid plantaardige eiwitten zoals peulvruchten zelfs al onderdeel van het dagelijkse dieet. Met een hogere beschikbaarheid en bekendheid, een lagere prijs, en meer keuze zullen deze producten ook in Nederland steeds meer consumenten bereiken. Het is nog even wachten op het moment dat de markt niet meer hoeft te sturen en de consumenten zelf gaan vragen naar producten met nieuwe eiwitbronnen.

Ontwikkeling in eiwitbronnen
Eiwitbronnen voor de toepassing in humane voeding zijn lange tijd beperkt gebleven tot vlees, vis, eieren, zuivel, tarwe, en soja. De eerste stap voor het ontsluiten van nieuwe eiwitbronnen was het isoleren van eiwitten uit bijproducten van gewassen die met name gebruikt werden als zetmeelbron zoals aardappelen, maïs en erwten. Vervolgens kwamen ook andere eiwitbronnen in beeld, zoals lupine en quinoa. De laatste ontwikkelingen zijn de nieuwe eiwitbronnen, zoals algen en zeewier, insecten, en mogelijk in de toekomst waterlinzen. 

Marjolein van der Spiegel is wetenschappelijk expert op het gebied van nieuwe eiwitbronnen bij Schuttelaar & Partners.